Flashback friday, Het boerenleven

Op diner bij de Koning en de Koningin

Op 20 februari 2020 was ik samen met een 30-tal jonge land- en tuinbouwers op diner bij de Koning en de Koningin in het Koninklijk Kasteel te Laken. Na 7 maand heb ik voor het eerst de tijd genomen, maar vooral de energie en nog meer de moed gevonden om er over te schrijven. Het zou een belevenis moeten geweest zijn die ik toen meteen van de daken zou willen geschreeuwd hebben. Hoeveel mensen kunnen namelijk zeggen dat ze in het Kasteel van Laken met Hunne Majesteiten de Koning en de Koningin aan tafel mochten? Hoe trots zou ik niet moeten zijn de landbouwsector te mogen vertegenwoordigd hebben bij het staatshoofd van België? Maar trots was ik niet en ben ik er nog steeds niet op. Ik vertel in dit bericht het volledige verhaal, met enkele belangrijke boodschappen.

Ik was er al een tijd met bezig… Ik wil toch over het diner bij de Koning en de Koningin geschreven hebben. Toch begon ik er maar niet aan. Tijd. Altijd wel iets te doen. Energie. Een bericht als dit schrijven, daar moet je met je hoofd bij zijn. Maar vooral nog moed. Het wordt het meest persoonlijke bericht dat ik waarschijnlijk geschreven zal hebben. Dat maakt me wat bang. Maar ik wil toch het volledige verhaal verteld hebben én daarmee ook twee boodschappen brengen. De boodschap die moeilijk is om te brengen, maar toch zo belangrijk, en de boodschap over de landbouw die ik toen zou kunnen gebracht hebben. Ik wil m’n (levens)jaar uiteindelijk ook kunnen afsluiten met het gewoon kunnen zeggen: ik heb de eer gehad aanwezig te zijn op het Kasteel van Laken. Desondanks alles.

Als je zo’n uitnodiging krijgt, sla je die natuurlijk niet af.

Regelmatig ontmoeten Hunne Majesteiten de Koning en de Koningin jongeren uit diverse sectoren tijdens een diner op het Kasteel van Laken, hun residentie. In december 2019 waren het jongeren actief bij openbare vervoersmaatschappijen. Op 20 februari 2020 werden een 30-tal jonge professionelen uit de land- en tuinbouwsector uitgenodigd. Ik had het geluk via Boerenbond genoemd te worden. Persoonlijk vond ik dat er zeker anderen de sector beter konden vertegenwoordigen, maar als je zo’n uitnodiging krijgt, sla je die natuurlijk niet af.

Al had ik misschien wel beter vriendelijk afgezegd. Ik zat in een moeilijke periode. Het ging niet goed op de boerderij, of toch niet volgens mij. De koeien produceerden niet zoals het hoorde en zagen er ook niet super uit, ze blonken niet. Het waren de donkerste dagen van het jaar en volgens mij zag alles er nog veel slechter uit. Die week werden drie kalveren dood geboren, desondanks onze hulp en alertheid. Ik begon het mezelf kwalijk te nemen dat ik dingen niet op tijd had gezien en dat er dingen mis liepen. Zelfs al is het logisch dat sommige geboorten nu eenmaal verkeerd aflopen of dat je eens iets niet ziet of niet kan zien – je kan je bed niet bij de koeien maken. Maar ik was kwaad op mezelf, ik moest gewoon meer zien en beter doen. Ik was veel met de boerderij bezig, maar toch had ik vaak het gevoel niets (nuttigs) te doen.

Ik was niet trots op mezelf

Was er trouwens wel een toekomst voor de landbouw? Er werden en worden steeds meer wetten en regels opgelegd – van dierenwelzijn tot omgeving en milieu. Is dit allemaal correct en nodig? Hoe blijf je altijd mee en in orde met alles? Ik was er erg bang voor en jaagde me er ook in op. Ik liep vaak opgejaagd en gestresseerd rond op de boerderij. Wat verdienen we ook? Alle opbrengst, die de laatste jaren niet zo veel is, wordt terug geïnvesteerd in de boerderij, want er gaat altijd wel iets kapot of er is verbetering nodig. Ik zag in de landbouw minder en minder toekomst. Ik begon zwarter en zwarter te denken. Ik was niet trots op mezelf als boerin. Ook op persoonlijk vlak begon ik me meer en meer een “loser” te voelen. Waar stond ik eigenlijk in het leven? 28 jaar oud, geen vriend of man, geen kinderen. Ik stond helemaal niet waar ik me had willen zien staan.

Zonder vertrouwen in mezelf als boerin of als vrouw stapte ik op 20 februari 2020 rond 19 uur het Koninklijk Kasteel binnen. Het enige waar ik me ietwat goed bij voelde was m’n verschijning: een mooi, chique, donkerblauw kleed, een zwart, gekleed vestje en blinkende, klassieke enkellaarsjes, helemaal in het nieuw. Stadskledij was trouwens verplicht – voor vrouwen was dit een jurk of mantelpak en klassieke schoenen. M’n haar had ik gestijld maar ik droeg geen make-up, ik voel me het best naturel. Ik heb alles het liefst “natuurlijk” en bleek daar op het Kasteel nu net niets zo aan te voelen.

Ik kwam binnen in een grote, statige ruimte. Heel klassiek en prachtig, maar voor mij voelde dat dus helemaal niet natuurlijk, niet echt een thuis. Maar oké, ik was in het Koninklijk Kasteel, wat had ik verwacht. Just go with it. Ik probeerde van deze unieke gelegenheid te genieten. Ik was ook niet alleen, de andere jonge land- en tuinbouwers kwamen aan. We maakten kort kennis met elkaar. Ik was nerveus en bleef nerveus, terwijl het bij de anderen precies snel over ging.

Tientallen medewerkers van het Koningshuis liepen er rond. We kregen de tafelschikking op een kaartje en wisten zo met welke 7 of 8 we aan tafel zouden plaatsnemen. Ik zou recht tegenover Hare Majesteit de Koningin zitten – halverwege ging ze naar een andere tafel. Tijdens de receptie zou onze groep eerst mogen kennis maken met Zijne Majesteit de Koning. We kregen uitleg over wat wel en niet mocht, over het protocol: de Koning en de Koningin aanspreken met Sire en Majesteit, hoffelijk en vriendelijk zijn, geen kledij aan of uit doen tijdens het diner, de tafel zeker niet verlaten…

Uiteindelijk kon ik zelfs niets meer zeggen

Ik was nerveus en overdonderd. We werden nu ook snel ingelicht dat alles door een cameraploeg gefilmd zou worden. Ik ben net iemand die veel liever achter dan voor de camera staat. Oké… Iedereen op z’n plaats, daar kwamen ze aan, onder begeleiding van nog meer personeel. Wat er allemaal gezegd wordt tijdens de receptie en het diner, daar mag niet over gecommuniceerd worden. Niet dat ik alles nog weet, of nog zou willen weten. De Koning en de Koningin waren enorm vriendelijk en geïnteresseerd. De andere land- en tuinbouwers brachten elk goed hun verhaal. Maar met mezelf ging het slechter en slechter. Mezelf voorstellen lukte zelfs niet zoals ik zou moeten kunnen. Ik geloofde dan ook niet echt meer in mezelf. Over m’n blog durfde ik helemaal niets zeggen. Bij elk woord dat ik zei, voelde ik dat ik me meer en meer moest forceren. Het ging me niet. Ik probeerde toch m’n best te doen, maar dat kwam zeker niet altijd goed over. Uiteindelijk kon ik zelfs niets meer zeggen – toen er bij de laatste helft van het diner een medewerker bij ons aan tafel zat. Ik moest mezelf sterk houden en wou gewoon weg, naar een vertrouwde omgeving.

Hunne Majesteiten de Koning en de Koningin gaven iedereen een voor een bij het verlaten van het diner nog een hand. Ik knikte en bedankte hen. Maar ik was vooral blij weg te kunnen. Niet dat ik op iemand of iets enig negatief punt heb aan te merken. Het was voor mij wel te strikt en te georganiseerd maar het diner zelf was indrukwekkend: prachtige omgeving, meerdere obers per tafel, uiteraard heel wat bestek, lekkere menu… Alhoewel, van het eten heb ik eigenlijk weinig gesmaakt. Ik was aan het dineren inderdaad, maar er was zo veel meer met mij aan het gebeuren dat ik ook geen smaak meer had, of geen tijd of genot had om te smaken. Had ik de menu niet mogen meenemen, dan kon ik ook niet vertellen wat we gegeten hadden.

De fijnste herinnering aan die avond is misschien nog dat m’n nonkel Raf me afzette en ophaalde aan de deur van het Kasteel. Alsof ik echt een belangrijk persoon was, een Very Important Person. Met de super blinkende, rode Volvo reed nonkel Raf de helling op tot recht voor de inkom. De deur van het Kasteel en de auto werden geopend en gesloten door – ja hoe heet je dat – een personeelslid van het Koningshuis. Zoals in de films hé.

M’n vertrouwen in mezelf was zowaar nog kleiner geworden

Eenmaal terug in de wagen moest ik echt bekomen. M’n nonkel Raf stelde veel vragen maar ik kon niet (goed) antwoorden. Ik was ook moe, teleurgesteld, verdrietig, down… Hoe kon ik hier vrolijk en trots over vertellen, als ik helemaal niet vrolijk en trots was op mezelf? Thuis zat m’n gezin me op te wachten, maar ik kon maar enkele zinnen uitbrengen en dan alleen maar beginnen huilen. M’n vertrouwen in mezelf was zowaar nog kleiner geworden. De dagen nadien kon ik m’n ouders en zussen al iets meer vertellen. Maar ik heb het nooit aan kennissen verteld of al zeker niet aan de grote klok durven hangen want ik was zo teleurgesteld in mezelf en beschaamd ook eigenlijk.

De weken nadien ging het me op de boerderij steeds minder en minder goed. Ik had nu zelfs moeite met m’n dagelijkse werkzaamheden. Ik herinner me nog goed dat m’n nichtjes me kwamen helpen en tijdens het voederen deden zij zo hun best, Yara nam zelfs de riek om het voeder dichter te duwen, iets dat ze eigenlijk nog niet kan, omdat ze zag dat het me niet ging. Het ging ook echt niet met mij. Ik sleepte me door de dagen. Ik was ook heel angstig om dingen te vergeten en om dingen fout te doen. Zelfs om de simpelste dingen. Ik controleerde soms drie keer of ik een knop in de melkcarrousel toch goed had gezet. Een gewoon gesprek met iemand op de boerderij lukte me ook niet meer goed want ik twijfelde aan m’n woorden terwijl ik ze uitsprak. Ik kon niet altijd goed eten want m’n zin en smaak waren er niet. Ik vocht om beter te worden, om me beter te voelen… Het leven, leven voelde echt aan als een strijd. Ik werd precies gek, ik verloor meer en meer controle over mezelf… Het vuur in mij doofde meer en meer uit. Op een ochtend, wanneer ik terug in tranen uitbarstte, belde m’n moeder de huisarts.

Als je jezelf niet goed voelt, al die weken lang… Vraag om hulp! Praat erover.

Dat is een keerpunt geweest. Ik vond altijd dat het niet nodig was om de dokter hiermee lastig te vallen, want komaan, wat is mijn probleem? Ik heb geweldige ouders die er voor me zijn, ik heb een goed leven… Er zijn zo veel mensen die het zo slecht hebben. Ik moet niet klagen of hulp vragen, het zal wel weer beteren. Maar hier was ik fout. Het is niet omdat je denkt dat jouw problemen maar “kleine problemen” zijn, omdat je denkt dat het na al die slechte weken wel zal beteren, dat het zo is.

Elk probleem is een probleem en iedereen verdient hulp. Ik vind het zo belangrijk om deze boodschap te brengen: als je jezelf niet goed voelt, al die weken lang… Vraag om hulp! Praat erover. Niemand zou zichzelf ongelukkig, negatief, te weinig of wat dan ook moeten voelen. Iedereen is iemand. Je mag dan wel een denker zijn, je denken mag niet constant negatief zijn. Ik ben altijd al iemand geweest die veel nadenkt. Wanneer dat positief denken is, is dat oké. Maar wanneer je té negatief denkt en heel vaak negatief denkt, dan is dat een probleem. Hou je (negatieve) gedachten niet voor jezelf maar begin te praten met iemand.

Iedereen is iemand

Iedereen is iemand. In plaats van te kijken naar wat je niet bent, moet je kijken naar wat je wel bent. In mijn geval bijvoorbeeld: een flinke dochter, een lieve zus, een harde werker, een goeie boerin, een schrijver! Ik kan beter schrijven dan praten, dat is altijd zo geweest. Ook daarom had ik de uitnodiging beter vriendelijk afgewezen. Ik ben niet iemand om het woord te nemen voor een groep mensen, laat staan voor Hunne Majesteiten de Koning en de Koningin. Ik ben altijd al verlegen geweest, altijd iemand die zo nerveus was om op school een voordracht te geven. Ik ben niet haantje de voorste en niet iemand die vooraan op de foto wil staan. Neen, ik sta achteraan op de foto, de tweede van links op de laatste rij – al hadden we daar op de trappen van het Koningshuis ook niet echt volledig te kiezen.

Ik ben altijd iemand geweest die tijd nodig heeft om een mening te vormen, die tijd nodig heeft om een tekst te schrijven… Daar is allemaal niets mis mee. Het is oké om bedeesd, bedachtzaam en bescheiden te zijn. Het is oké om jezelf te zijn, om te doen waar jij je zelf goed bij voelt. Ik ga dan ook niet meer proberen om iemand anders te zijn dan wie ik echt ben. Waar je staat in het leven, kan ook niet bij iedereen van dezelfde leeftijd gelijk zijn. Iedereen groeit en bloeit op z’n eigen tempo. Er is niets mis met een laatbloeier zijn – en wanneer ben je ook een laatbloeier?

De dingen aanpakken die je nu kan aanpakken en meer relativeren is ook een boodschap die ik van de dokter kreeg. Ik wist dat inderdaad wel, maar je moet het ook effectief doen. Je moet ook meer loslaten en ontspannen om dat te kunnen doen. Ik was bijvoorbeeld te veel bezig met de boerderij en zogezegd vanalles aan het proberen oplossen, maar ik zag het op de duur niet meer juist, omdat ik te weinig afleiding had om het helder te zien. Je moet het jezelf ook niet kwalijk nemen dat je tijd neemt voor jezelf, dat je tijd neemt voor ontspanning. Niemand blijft functioneren zonder af en toe los te laten, te rusten en te genieten.

Stilletjes aan wakkerde het vuur in mij opnieuw aan

Gelukkig heb ik geweldige ouders, fantastische zussen en een super familiebubbel. Zij waren er. Gewoon er zijn, of ze hielpen me met het werk op de boerderij. Want het melken en voederen moet elke dag blijven gebeuren. Stilletjes aan wakkerde het vuur in mij opnieuw aan. Ik begon weer meer en meer te genieten van kleine dingen. Een winterse wandeling, een knuffel met een koe, een programma op tv… De zon begon ook weer meer te schijnen, het voorjaar brak aan en m’n goesting om te werken op de boerderij kwam meer en meer terug. Intussen zaten we volop in lockdown. COVID-19 beheerst de wereld was het eerste bericht waar ik na die moeilijke weken over blogde. Schrijven ging in die periode namelijk ook niet.

Met mij ging het beter en beter, met de boerenstiel slechter en slechter

Met mij ging het beter en beter, met de boerenstiel slechter en slechter. Ook in de landbouwsector had de coronacrisis hard toegeslagen. De al lage melkprijs zakte met nog eens 3 euro naar een standaardprijs van 27 euro per 100 liter. Het moet wel gezegd zijn dat onze melkprijs ook zo laag is doordat onze melkerij interne problemen heeft. Maar dan nog… De laatste jaren gaat het niet echt goed met de prijzen die landbouwers krijgen voor hun producten. Het gaat altijd op en af. In de melkveehouderij hebben we de laatste 6 jaar eigenlijk enkel een mooie prijs (35 euro en meer) gehad in 2017. Op de tabel hieronder is de melkprijsvergelijking te zien van de laatste 10 jaar.

Bron: Boerenbond

Ik blik even terug. In het jaar dat we bouwden, in 2013, zag het er ontzettend goed uit. We waren dan ook heel positief om met onze nieuwe melkveestal een mooie toekomst tegemoet te gaan. Die positiviteit sloeg echter snel om. Daar stonden we dan, in het begin van 2016, na de afschaffing van het melkquotum: met onze 3 jaar jonge stal, met een melkprijsje van minder dan 25 euro en met een hoop leningen om af te lossen. Gelukkig herstelde de zuivelmarkt zich toen snel. We konden de put weer redelijk opvullen.

Vandaag zitten we terug in de put. De melkprijs is met 27 euro terug al enkele maanden erg laag. Wetende dat de leningslast van ons melkveebedrijf nog steeds erg hoog is en de kosten ook altijd gelijk blijven of zelfs stijgen – door de droogte zijn er bijvoorbeeld nog grotere voederkosten – dan moet ik er geen tekening bij maken. We doen wat we kunnen, we werken verder want de koeien moeten blijven gemolken worden, het leven op de boerderij gaat door. De vooruitzichten voor de melkprijs zijn voor de komende maanden wel nog steeds niet goed.

Hoeveel boeren moeten er nog in de put blijven voor we een eerlijke prijs krijgen voor onze producten

Het meest frustrerende is hetgeen jullie, de gewone mensen, niet weten of beseffen. Hoe kan het dat de prijzen die voedingsproducenten krijgen, is gedaald, terwijl de voedingsprijzen in de winkel zijn gestegen? Het is zo oneerlijk dat er door de tussenschakels wordt weggelopen met geld dat toebehoort aan de landbouwers. Het is zo oneerlijk dat supermarkten voeding inkopen voor een zo laag mogelijke prijs: voor die prijs, of we kopen elders in. Voor hen maakt het totaal niet uit hoeveel en of de boer er wat aan verdient. Terwijl boeren zo hard werk leveren, dag in, dag uit. Maar wie werkt er voor niets? Niemand toch? Waarom moeten landbouwers dan voor niets werken?

Ook wij werken nu voor niets, voor minder dan niets. Maar we kunnen niet anders dan verder doen en hopen dat de put geen put wordt waar we niet meer uit raken. Ik breng daarom in dit bericht ook de boodschap: hoeveel boeren moeten er nog in de put blijven voor we een eerlijke prijs krijgen voor onze producten? Terwijl onze Belgische producten ook zo kwaliteitsvol zijn en aan zo veel eisen voldoen. Steeds meer wetten en regels moeten we naleven. Wij verdienen daarom veel beter en veel meer. Is een eerlijke prijs dan zo veel gevraagd?

Het is tijd voor verandering. Ik weet niet hoe en wat er allemaal precies moet veranderen, maar ik weet wel dat het moet veranderen. Aan de grote verantwoordelijken, aan al degenen die invloed hebben, aan de leiders van dit land: make it change!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s